De Russisch-orthodoxe Hemelvaartskerk / Church of the Ascension

De toren

De toren van de Russisch-orthodoxe Hemelvaartskerk is één van de duidelijke herkenningspunten in de skyline van de Olijfberg.

De smalle vierkante toren met spitse punt is 64 meter hoog. De toren werd zo hoog gebouwd, zodat pelgrims die niet makkelijk naar de Jordaan konden gaan, deze toch konden zien als zij de toren beklommen. Via 214 traptreden kun je boven in de toren komen en genieten van het uitzicht over de woestijn tot ver over de Jordaan, en aan de andere kant tot ver over Jeruzalem.

De toren staat los van het naastgelegen kerkgebouw. Boven in de toren bevindt zich een acht ton zware klok. Dit was de eerste christelijke kerkklok die in de Ottomaanse tijd in de stad Jeruzalem te horen was. De klok is gemaakt in Rusland en kwam per schip aan in de haven van Jaffa. Daar is de klok op een ronde wagen gezet, die door (met name) vrouwelijke pelgrims werd getrokken en geduwd naar de Olijfberg.

De kerk

Naast de toren bevindt zich de Hemelvaartskerk. Deze is gebouwd op één van de plekken waarvan men denkt dat Jezus hier ten hemel is gevaren. De kerk is zeshoekig en heeft in het midden een koepel in het dak. Als je omhoog kijkt in de kerk, zie je in de koepel een afbeelding waarop Jezus naar de hemel opstijgt. Bij een van de buitenmuren van de kerk is een rots te zien achter een blauw hek. Volgens de traditie stond Maria op deze rots toen haar zoon Jezus naar de hemel ging. Aan de buitenkant van de kerk is een groter deel van de rots te zien.

Tussen 1870 en 1887 werd het Russisch-orthodoxe complex hier gebouwd. Op het terrein werden ook waterreservoirs en gebouwen voor pelgrims gebouwd en tuinen, met onder andere olijfbomen, aangelegd. De oprichter, de Archimandriet Antonin Kapustin, stierf in 1894 en ligt begraven in de kerk.

De kloostergemeenschap

Pater Parthenius wilde hier een kloostergemeenschap oprichten. Hij begon diensten te houden en langzaamaan kwamen er meer vrome vrouwen bij die zich wilden aansluiten. Binnen een jaar was er een zustergemeenschap van 100 leden. In 1906 werd de kloostergemeenschap officieel erkend. Om inkomsten te genereren begonnen de zusters met het schilderen van iconen en met borduurwerk. Pater Parthenius werd helaas doodgestoken in 1909, hij ligt hier begraven in de kerk. De dader is nooit gevonden.

De eerste wereldoorlog was een zware tijd voor de nog nieuwe kloostergemeenschap. De prijzen voor levensmiddelen stegen enorm en het was niet veilig om de straat op te gaan. De slaapzalen werden overgenomen door Turkse soldaten en de priesters en een aantal zusters werden verbannen naar Egypte. Vervolgens wilden de Turken dat de zusters allemaal zouden vertrekken, zodat zij het complex konden inrichten als militair hospitaal. De zusters vertrokken, maar mochten na 17 dagen weer terugkomen, door tussenkomst van patriarch Damianos. In die korte tijd van afwezigheid hadden de Turkse soldaten een enorme ravage aangericht in de kerk en in het klooster. Een groep van 300 Turkse soldaten bleef in het complex en ook een groep Duitse officieren kwam hier wonen. In november 1918 veroverden de Britten Jeruzalem. Enkele Britse soldaten kwamen in het complex wonen en zij hielpen de zusters aan voedsel en aan inkomsten, door te laten meehelpen met de aanleg van de weg naar Jericho.

Begin 1919 konden de verbannen leden van de gemeenschap terugkeren uit Egypte, waarna in juni de kerk weer werd heropend.

In 1924 werd het complex officieel erkend als klooster. Het klooster is nog steeds in gebruik. Er wonen nu zo’n 45 zusters uit diverse landen. De grote olijfboomgaard op het terrein voorziet hen van olijven en olie. Ze maken nog steeds iconen die worden verkocht.

De kapel van het hoofd van Johannes de Doper

Op het terrein is ook een kapel gebouwd die gewijd is aan Johannes de Doper. Deze kapel is gebouwd op de ruïnes van een Armeense kerk uit de 5e eeuw. In de kapel zijn nog delen van een oude mozaïekvloer te zien die aan de Armeense kerk toebehoorden. Op het mozaïek zijn vruchten, vogels en dieren van het Heilige Land afgebeeld. Meestal ligt er een kleed over de mozaïekvloer, tijdens speciale gelegenheden wordt het kleed weggehaald.

Volgens de traditie zou hier het hoofd van Johannes de Doper zijn gevonden. Er gaan verschillende verhalen rond over het hoofd van Johannes de Doper en het hoofd zou dan ook op verschillende plaatsen gevonden zijn, o.a. in Rome, Damascus en hier op de Olijfberg.

Het verhaal met betrekking tot deze kapel is ongeveer als volgt:

Herodes liet op verzoek van de dochter van Herodias, Johannes de Doper onthoofden. (Mattheus 14: 1-12, Marcus 6:14-29). Volgens de overlevering was Heriodias bang dat Johannes weer zou opstaan uit de dood. Daarom hield zij het hoofd van Johannes gescheiden van zijn lichaam. Het hoofd werd in een kruik gedaan en begraven in de tuin van haar paleis. Johannes’ discipelen namen zijn lichaam mee om het elders te begraven. Maar een vrouw aan het hof van Herodias ontdekte het vat met het hoofd, nam het mee en begroef het hoofd op de Olijfberg.

In 452 vertelde Johannes in een droom aan een twee of drie monniken, die als pelgrim in Jeruzalem waren, waar zijn hoofd was begraven. Zo gingen op zoek en ontdekten zo zijn hoofd onder de mozaïekvloer van de Armeense kapel hier op de Olijfberg.

In de kapel zie je de inkeping in de vloer op de plaats waar het hoofd van Johannes de Doper werd gevonden.

Openingstijden:

Dinsdag en donderdag

April – September 10.00 – 13.00u

Oktober- Maart 9.00 – 12.00u

Vrouwen moeten in de kerk een rok en een hoofddoek dragen.

Je kunt aanbellen bij de groene gate, nr 9.

Entree gratis